BIFFF 2010: Interview Dee Wallace (actrice uit o.a. E.T.)

Een interview waar ik persoonlijk erg naar uitkeek was het gesprek met jurylid Dee Wallace, een Amerikaanse actrice die zich vooral tijdens de jaren zeventig en tachtig in de kijker werkte met genreklassiekers zoals The Hills Have Eyes, 10, The Howling, Cujo en Critters. In 1982 werd ze in één klap wereldberoemd met Steven Spielberg’s E.T.: The Extra-Terrestrial en ook de laatste jaren scoorde ze met interessante rollen in topproducties als The Frighteners, Halloween en The House of the Devil. Het interview viel bijna in het water, doordat de hele press-junket enorm lang was uitgelopen. Maar de über-sympathieke Wallace stelde haar geplande etentje speciaal nog even uit om me nog vlug even te woord te staan. Het werd een vrolijk, maar vooral erg oprecht gesprek!

Je hebt er al een erg rijke carrière opzitten en je draaft nog steeds regelmatig op in interessante producties. Maar je verwierf uiteraard het meeste naam en faam met films zoals The Howling, Cujo, Critters en uiteraard E.T.: The Extra-Terrestrial. Waarom juist die aantrekkingskracht naar het sciencefiction- en horrorgenre?
Weet je, ik heb er nooit zitten achter zoeken! Ik ben nooit naar castings geweest om specifiek te vragen achter dergelijke rollen. Maar The Hills Have Eyes was mijn eerste horrorfilm en wanneer je aan het begin van je carrière staat dan is letterlijk alles goed om aan de bak te geraken. Het was geweldige rol en ik kreeg de kans om geweldig te acteren! (lacht) Nadien deed ik een heleboel zwaarmoedige en dramatische rollen op televisie. Rond die tijd waren alle vrouwen nog gewoon ‘slachtoffers’, die vermoord of verkracht werden. Dit hield vaak in dat ik veel moest schreeuwen en huilen, kortom een gevoelige, kwetsbare kant laten zien. Ik heb wel het voordeel dat ik emotioneel erg toegankelijk ben en van het één kwam het andere. Ik deed tussendoor ook wel enkele komedies, waardonder Blake Edward’s 10. Dit was uiteraard een briljante rol, maar opnieuw ook weer zeer kwetsbaar, zelfs een beetje een slachtoffer ondanks dat het een komedie was. Dus de ‘kwetsbare slachtoffer’-rollen, in welk genre deze ook pasten, dat was waar ze me steevast voor vroegen. En deze rollen komen uiteraard veel voor in de wereld van de horror en dergelijke, vandaar dat ik zoveel in genrefilms ben terechtgekomen. Maar ik heb ook iets over mij dat mensen steevast voor mij willen zorgen! (schaterlacht, met puppy ogen)

Terugkijkend op je rijkgevulde carrière komen we tot de ontdekking dat je met enkele van de grootste cineasten van onze tijd hebt gewerkt. Gaande van Wes Craven, Steven Spielberg tot Joe Dante, Blake Edwards en Peter Jackson. Hoe was het om met hen samen te werken en kan je de regiestijlen van deze cinematische grootheden vergelijken?
Dat is interessant dat je dat vraagt, want de meeste hele grote regisseurs waar ik mee gewerkt heb lieten me het grootste deel van de tijd gewoon gerust en mocht ik mijn ding doen. Volgens mij regisseren de meeste van deze grote cineasten je zonder dat je het voelt of zelfs maar door hebt dat je richtlijnen aan het krijgen bent. Ze casten uiteraard eerst de perfecte persoon voor de juiste rol en dan laten de meeste zachtjes weten wat hun visie is. Deze regisseurs leiden je zacht naar het punt waar ze je willen hebben, vaak door te praten met jou over de bewuste rol. En een goed cineast zal je dan toelaten om alles wat hij je gegeven heeft (zoals zijn leiding en richtlijnen) te laten gebruiken op je eigen manier. Dat is de beste samenwerking die twee talentvolle mensen kunnen hebben! Al de regisseurs waar ik mee heb samengewerkt gaven me dan ook uitstekende richtlijnen, zonder te overdrijven. (lacht)

Eén van je belangrijkste rollen was uiteraard in E.T.: The Extra-Terrestrial, welke uitgroeide tot één van de grootste hits uit de jaren tachtig. Opende deze kaskraker deuren voor jou?
Zeker en vast! Maar veranderde de film mijn leven? Neen. Ik ben wie ik ben, en dat is altijd zo gebleven. Het veranderde uiteraard wel mijn carrière in de filmwereld. Maakte van mij natuurlijk een veel grotere naam en het bracht me uiteraard geld op! (lacht)

De laatste jaren is er een soort van revival aan de gang van de jaren zeventig horrorfilms. We hebben het dan niet alleen over de eindeloze stroom van remakes van seventies classics, maar ook de hele look en dergelijke. Vreemd genoeg komen de regisseurs van deze projecten regelmatig weer bij jou uit. Je werkte met Rob Zombie in Halloween…
“Yeaaaah! I love Rob Zombie!”

Hoe was het om met hem te werken? Van hetzelfde laken een broek met Ti West en zijn geweldige House of the Devil…
“Great movie isn’t it?” Maar verder waren het twee compleet verschillende ervaringen. Ti is erg analytisch, veel intelectueler ingesteld. Hij heeft overal wel iets in de pap te brokken, terwijl Rob aan de andere kant ervan houdt om te werken met drie of vier cameras. De eerste keer zal Rob doen wat er op het scenario staat, maar al snel vraagt hij iedereen om te improviseren of zelf dingen toe te voegen. Al vlug is het: “Okay, do whatever you want!”. En zo ben je na een tijdje alles opnieuw aan het doen. Het is eigenlijk een mooie combinatie. En dat is hoe Rob dat gevoel krijgt van zijn acteurs dat hij voor ogen had voor zijn scènes, want ze zitten ook echt elke keer opnieuw in de moment van de bewuste scène. Er wordt nooit ergens keer op keer een scène op dezelfde manier overgedaan. Je krijgt telkens een originele insteek, waardoor je helemaal in de moment zit. Ik hou echt van Rob en kreeg de kans om veel langer met hem te werken dan met Ti. Ik was voor House of the Devil bijvoorbeeld maar een halve dag op de set.

Maar je maakt toch indruk met je korte optreden!
“Thank you!” Het was uiteindelijk maar een kleine cameo, maar erg leuk om te doen en het is de set-up van de rest van de film. Ti West is overigens erg precies. Bij veel regisseurs zou me dit frustreren, maar bij Ti was dit niet het geval. Ik haalde voor hem het onderste uit de kan, gewoon omdat ik al snel zag wat voor een enorm talent de man is.

Mijn laatste vraag! Je maakt onderdeel uit van de Internationale Jury van deze 28ste editie van het Brusselse International Festival of the Fantastic Film. Wat vind je zelf van het festival?
“Ooh, I’m having a ball at the festival!” (lacht) Ik vind dat het erg goed geleid wordt. Daarbovenop is de organisatie geweldig en men zorgt zeer goed voor ons. En dan heb ik het nog niet over het uitstekende eten! (schaterlach) De interviews waren erg goed…

Dank je wel!
Ja het is echt waar! (lacht) Ze waren tot nu toe allemaal erg verhelderend en intelligent, terwijl het normaal steeds is: “What was it like to shoot E.T.?”, een vraag die ik ondertussen al twintig jaar van mijn leven moet beantwoorden. Waarvoor dank! (lacht) Heb hier een geweldig leuke tijd. Maar ik ben alleen een beetje moe, omdat we deze morgen al om half negen op de eerste vertoning moesten zijn, terwijl het deze nacht een erg late film hadden. (lacht)

I’m really sorry! Nu voel ik me pas echt schuldig! (*Ondergetekende was de laatste interviewer op de press-junket en alles was al zo lang uitgelopen dat mevrouw Wallace razende honger had.)
“No no babe!” (lacht) Het was gewoon een geweldig lange dag en we gaan zodadelijk snel iets eten, om dan weer een film te bekijken! Ik neem mijn taken als jurylid namelijk erg serieus. (lacht) Maar ik hou echt van het festival en van de mensen van Brussel!

Bedankt voor je kostbare tijd en geniet van je maaltijd!
“Thanks and it was my pleasure darling!” (lacht)

Neem hieronder een kijkje naar enkele belangrijke wapenfeiten uit de carrière van Dee Wallace:

(met veel dank aan het BIFFF-team)

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.